John Stigter
John Stigter

John Stigter

Ik ben John Stigter uit Kraggenburg. Rond 1966 schreef ik mijn eerste gedichtjes, het was niet veel, maar het begin was er. In mei 1968, besloot ik naar Parijs te gaan waar op dat moment de revolutie plaats vond. Ik had geen geld, dus werd het liften, dat lukte vrij snel. Nog maar net in Parijs ontmoette ik wat Duitse jongeren, die mij mee namen naar een eilandje in de Seine, het heette Il du pont Neuf. Over het eilandje liep een brug(pont Neuf), die uitkwam op de oever voor het museum het Louvre. Op Il du pont Neuf bivakkeerden een flink aantal jongeren van de Flowerpower beweging, lief, vriendelijk, prachtig uitgedost en zeer kunstzinnig. Er waren veel nationaliteiten door elkaar. Er werd veel muziek gemaakt, gedichten geschreven en gelezen en vooral gediscussieerd over veranderingen van de maatschappij. Wij sliepen op het eiland, vooral overdag, in de zon. Wassen deden wij ons op de wc van het Louvre, die was nl. vóór de kassa in de hal. Een keer ben ik in het Louvre zelf geweest en het was een onvergetelijke ervaring. Eten vonden wij vooral 's nachts in de Hallen, waar verschillen soorten eten verhandeld werd van de groothandel naar de detailhandel. Daar was voor ons veel te halen. Soms lukte het niet, dan gingen wij eind van de dag naar de prachtige Notre Dame. Als je geluk had mocht je met een aantal anderen de kerk aanvegen, in ruil voor een warme maaltijd. Als er studentenrellen waren gingen wij naar Quatier Latin. In die omgeving ging het er vaak heftig aan toe. Als er een stel betogers hard aan kwam rennen en schreeuwden Le frik, Le frik, dan moest je wegwezen, deze politieagenten sloegen op alles wat bewoog. Natuurlijk werd er ook terug gevochten. Als er niet gevochten werd, deelde een Russische restauranthouder, Pofpof soep uit aan de studenten, daar profiteerden wij ook van. Wat ik toen nog niet wist en mij toen ook nog niet interesseerde was het feit dat er in de grote Renault fabriek een forse staking was. De fabriek werd bezet gehouden. De politie deed niets, omdat Jean-Paul Sartre, solidair met de stakers en toen al internationaal beroemd, zich tussen hen in bevond. Jean-Paul Sartre, filosoof en schrijver, zou later zeer belangrijk voor mij worden. Op het eiland Pont Neuf leerde ik een Nederlander kennen die gitaar speelde, maar ook gedichten schreef. Hij had een Nederlands boek van Sartre dat ik mocht lenen, het was "Over het existentialisme". In 1970 las ik het boek Les jeux sont faits "De teerling is geworpen" ik vond het verhaal zo mooi en zo poëtisch geschreven, dat ik beter wilde leren schrijven. Wat mij in zijn werk raakte was het schijnbaar eenvoudige en begrijpelijke taalgebruik. Wat mij in deze man trof was vooral dat deze beroemde man, die de Nobelprijs had geweigerd, het zo op nam voor de zgn. gewone man.

Terug in Nederland, las een vriendin deze gedichten en vond ze mooi. Zij nam mij daarom mee naar de Rotterdamse Kunst Stichting, waar ik Martin Mooij, directeur van Poetry International leerde kennen. Door hem kon ik in een literaire workshop meedoen, met behoorlijke zwaargewichten. Op zondagmorgen mocht ik mijn gedichten in het museum Boijmans van Beuningen voordragen, aan een publiek dat o.a. daar voor kwam. Super trots was ik in het begin. Na een aantal ochtenden ging het mij vervelen omdat het steeds dezelfde mensen waren, die er vooral kwamen om gezien te worden. Ik ging niet meer. Na verloop van tijd verloor ik Martin Mooij uit het oog.

Ik wilde graag verder leren, maar ik had alleen Lagere School. Met alleen lagere school deed ik toelatingsexamen aan de sociale academie Rotterdam voor een MBO opleiding. Ik werd toegelaten. Na een jaar deed ik op nieuw een toelatings- examen voor de HBO opleiding sociaal cultureel in Den Haag. Ook dit haalde ik. Toen ik van het eerste naar het tweede jaar ging kon ik via een nieuwe wet overstappen naar de universiteit. Ik ging sociologie (met veel politicologie) studeren aan de Erasmus Universiteit. Na twee jaar stapte ik over naar de universiteit in Leiden voor de opleiding orthopedagogiek. Doordat ik zware reuma kreeg moest ik alles stoppen. Ik kon bijna twee jaar niet meer lopen en schrijven. Door medicijnen voor leukemie, die ik iedere week nog steeds moet nemen werd ik weer mobiel. Ik heb bijna 25 jaar niets meer geschreven. Door een ongeluk verloren wij onze oudste zoon Jean-Paul. Jaren na het ongeluk schreef ik een gedicht Acceptatie, dat in de Noord Oost Polder werd geplaatst. Margo Maljaars schreef over ons en het ongeluk, een artikel voor de Noord Oost Polder en de acceptatie door mij.

Na zo'n 40 jaar heb ik gelukkig weer contact met Martin Mooij. Hij schrijft zijn memoires, waar ik mij zeer op verheug en hij werkt voor het Ludo Pieters Gastschrijversfonds voor auteurs in moeilijke situaties, zoals gevangenschap, publicatie verboden enz. Soms lukt het hem inderdaad te helpen wat leid tot vrijlating en soms een verblijf aan een Nederlandse Universiteit. Op het gebied van de letteren reist hij nog af en toe de wereld door.

Wat vind ik leuk aan gedichten schrijven? Soms vind ik er in eerste instantie helemaal niets leuk aan. Ik zie iets, het doet me wat en het blijft dan maar in mijn hoofd rondspoken. Dan volgen er allerlei composities van woorden en zinnen. Uiteindelijk schrijf ik ze op en dan volgt het schrappen, herschikken, weer schrijven enz., enz., tot ik het gevoel heb dat het goed is, en dat het klopt. Lukt dat allemaal niet dan gaat het de kachel in, als het wel lukt dan ben ik er trots op. Soms lukt het vrij snel en schrijf ik er meerdere, alle verschillende, op een dag. Maar het feit blijft , mijn hoofd is nooit eens leeg, vandaar dat ik een gedicht geschreven heb met de titel Altijd Denken. Het gedicht in de openbaarheid brengen is altijd het moeilijkst. Op het moment dat het verzonden of weggegeven is, begint de twijfel. Is het wel goed genoeg, kwets ik er niet iemand mee. Heb ik mij er niet belachelijk mee gemaakt e.d. Achteraf tot nu toe, ten onrechte gedacht, maar dat verandert niet.

Moet er maar mee leven.


Naar de gedichten van John Stigter.


Terug naar "Wie zijn wij?"

2019-12-19 (27780)